Dit is… Sammy

Leeftijd: 20 jaar

Hobby’s: genieten van het leven, films kijken, omgaan met vrienden

Favoriete muziek: R&B en hiphop

Favoriete sport:voetbal, boksen

Opleiding: lerarenopleiding Biologie

Favoriete boek en/of film: Shawshank Redemption en The Green Mile

Je mag drie wensen doen welke zijn dat?:

  1. dat iedereen gelukkig is
  2. vrede op aarde
  3. geen honger op aarde

Wil ooit nog...: kinderen en een wereldreis maken

Met wie zou je wel eens een dag willen ruilen?: Bill Gates

Levensmotto: geniet van het leven; je leeft maar 1 keer

Wat wil je tegen andere kinderen van verslaafde ouders zeggen die jonger zijn dan jij:
Probeer gewoon lekker kind te blijven. Jij bent niet verantwoordelijk voor de situatie met je ouders. Zorg dat je een doel in je leven hebt. Denk aan jezelf.

Sammy in het kort

Sammy is een Molukse jongen van 20 jaar. Hij heeft een vader en een zus. Zijn moeder is gestorven aan kanker toen Sammy acht en een half jaar oud was. Naar aanleiding van de dood van Sammy’s moeder is zijn vader gaan drinken. Sammy heeft zelf ook drank en drugs gebruikt. Door eigen wilskracht en met behulp van zijn hulpverleenster is hij daar nu vanaf.  

Het verhaal van Sammy

Mijn vader is vroeger geestelijk en ook wel lichamelijk mishandeld door zijn vader, mijn opa dus. Mijn opa had geen ouders, hij is heel vroeg wees geworden. Opa heeft in een Jappenkamp gezeten. Daar heeft hij een tik aan over gehouden en hij heeft al zijn zonen een tik meegegeven. De een kan er beter mee omgaan dan de ander maar mijn vader dus niet. Mijn moeder was heel goed voor mijn vader. Zij ving hem op als hij het moeilijk had. Zij was zijn steun en toeverlaat. Mijn vader hoefde alleen maar te werken en mijn moeder deed de rest. Zij zorgde voor alles. Voor ons, mijn zus en ik, voor het huishouden, de financien, alles. Ze hadden een goede relatie. Weinig ruzie. Mijn moeder werd ziek maar ze wilde gewoon nog leuke dingen met ons doen maar mijn vader vond dat ze het rustig aan moest doen. Nou, daar hadden ze dan wel eens ruzie over. Puur bezorgdheid van mijn vader dus. Als ze nog geleefd had, waren ze zeker nog bij elkaar geweest.

Maar toen kreeg mijn moeder kanker. Ik was drie jaar oud. Ze heeft het aardig lang volgehouden. Ik zag geen teruggang. Ze heeft geknokt. Ze was ziek, mager, moe. Maar ze wilde moeder blijven. Dagjes uitgaan enzo. Ik ben blij dat ze dat heeft kunnen doen want als ze op mijn derde was overleden, had ik helemaal geen herinneringen aan haar. Mijn zus en ik waren de enige reden dat mijn moeder nog knokte. Op het laatst vroeg ze aan familie of die op ons wilde letten. Ik was acht en een half toen ze dood ging. Die periode is erg bepalend geweest voor mijn leven. Het is de grootste verandering geweest. Het is erg dat mijn moeder er niet meer is maar ik kan er wel mee leven. Toch is het de reden geweest dat mijn jeugd is verpest.

Mijn vader kon het niet meer aan

Naar aanleiding van mijn moeders dood werd mijn vader overspannen. Hij kon het allemaal niet meer aan. Zijn wederhelft was overleden. Zij regelde alles. Hij begon te schelden tegen mij. Kreeg driftbuien en begon te drinken. Ik heb een zus maar die zat in die tijd alleen maar boven op haar kamer. Zij sloot zich op. En ik kreeg de volle laag. Waarom? Ik was kind, ik was druk, ik wilde spelen. Ook met mijn zus en als zij niet wilde, bleef ik doorzeuren. Ik was een normaal kind maar hij kon het niet gebruiken. Mijn moeder was overleden en nu moest hij alles doen: rekeningen betalen, boodschappen doen, twee kinderen opvoeden. Het is zwaar voor hem geweest. Nu ben ik 20. Nu snap ik het wel. Maar toen had hij er gewoon voor ons moeten zijn. Klaar.

Familie was de redding

Langzamerhand had ik het in de gaten. Mijn vader belandde in de ziektewet en hij zat toen standaard elke dag in het café. Er kwamen blikjes bier in huis. En open blikjes die nog niet op waren, werden bewaard in de koelkast. Dan weet je wel dat hij alcoholist is.

We leefden langs elkaar heen. Als ik thuis was, was hij al in het café. En als ik ’s ochtends wakker werd om naar school te gaan, sliep hij nog. En als ik ’s middags weer thuis kwam, zat hij alweer in het café. Ik was zelfs een keer op vakantie geweest in Spanje. Toen hij het kaartje kreeg uit Spanje was ik alweer terug in Nederland. Hij wist helemaal niet dat ik weg was geweest! Ik kon het hem ook niet zeggen want die dagen ervoor liepen we elkaar steeds mis zoals ik hierboven vertelde. Als ik eraan terugdenk vind ik het wel grappig maar eigenlijk is het gewoon erg.

Familie is wel onze redding geweest. Mijn oma woonde naast ons. Zij is onze tweede moeder. Iedereen stond klaar voor mijn pa maar mijn pa heeft nooit hulp aangenomen. Later kreeg hij een vriendin. Omdat mijn vader de weekenden vrij wou hebben met zijn vriendin ging ik elk weekend naar een oom van mij. Dat ik daar zat vond ik niet erg. Ik kon goed opschieten met mijn oom en neef. Nu pas zie ik dat het dumpen is geweest. Toen was het gewoon leuk logeren.

Mijn zus sliep dan bij oma. Soms sliep ik daar ook maar als ik naar huis wou, dan was mijn vader mij vergeten. Een keer hadden we bruiloft. Wou ik mijn nette kleren ophalen. Ik wist dat mijn vader binnen zat met zijn vriendin maar toen deed hij gewoon de deur niet open. Rare dingen. Je kunt gewoon je eigen huis niet binnen. Toen dronk hij wel maar niet zoveel.

Mijn thuissituatie is toch anders dan bij anderen. Ik wou niet graag vrienden mee naar huis nemen. Ik wist dat mijn pa thuis sliep op de bank. Dat doet hij trouwens nog steeds. Hij kan, volgens mij, niet in het bed slapen waar hij samen met mijn moeder in heeft geslapen. Het begon dat hij te dronken was om naar boven te lopen en toen is hij op de bank gaan slapen. Dat is hem zo goed bevallen dat hij nog steeds op de bank slaapt!

Als ik vrienden mee nam en hij was thuis dan zat hij altijd dronken te ouwehoeren. Zeuren. Dan wou hij heel grappig doen, popiejopie, maar hij was gewoon knetterdronken. Ik schaamde me dood. Soms werd er aangebeld. Mochten mijn zus en ik de deur niet opendoen. Er wordt op de ruit geklopt. Ik denk: wat verberg je? Later hoor je dan dat het de deurwaarder is geweest. Tuurlijk, die komt later wel weer een keer terug. Ik ben er zelf nooit bij geweest dat hij wel een keer de deur opendeed. Er zijn gelukkig geen spullen weggehaald. Tot nu toe had hij steeds geld. Het is alleen niet prettig als hij zegt: ik zal ervoor zorgen dat ze niet jouw spullen weghalen.

Zo vader, zo zoon?

Ik ben begonnen met blowen toen ik 14 jaar was. Met pillen toen ik 17, 18 was. Alcohol dronk ik vanaf 14 jaar bij het uitgaan in het weekend. Het was meer dan normaal. Toen ik op mezelf woonde, dronk ik dagelijks. Ik werd een keer wakker, toen wou ik gelijk een biertje pakken en toen dacht ik: ho, waar ben je nou mee bezig. Toen heb ik het gelijk weggezet. Ik rook wel. Ik wil daar niet mee stoppen.

Een vriend van me ging verhuizen en bij het JIP (Jongeren Informatie Punt) konden ze hem helpen. Ik ging met hem mee en er lagen allemaal boekjes enzo. Toen dacht ik: ik heb eigenlijk ook wel een probleem. Ik ben daar op gesprek gegaan. Ik heb verteld van de verslaving van mijn vader en toen kwamen we erachter dat ik zelf ook wel een beetje verslaafd was. We praatten over het onderwerp “eigen gebruik” en toen bleek dat ik eigenlijk best wel veel gebruikte. Alcohol, drugs. Ik had wel in de gaten dat ik het deed maar niet in de gaten dat ik het zo vaak deed. Ik schreef op hoeveel ik gebruikte en ik schrok me rot. Blowen was heel erg en pillen slikken ook. XTC slikte wekelijks drie keer. Het JIP heeft me doorgestuurd naar een instelling voor verslavingszorg en samen met mijn hulpverleenster kwam ik erachter dat het een uitvlucht was. Nu ben ik er vanaf. Door eigen wilskracht en met behulp van mijn hulpverleenster. De instelling voor verslavingszorg heeft me heel goed geholpen.

Na de Havo

Ik slaagde voor de Havo, ik moest kiezen voor een vervolgopleiding en ik wist echt niet wat ik wilde. Ik koos voor een opleiding die een vriend van mij ook koos. Maar ik kwam elke dag op school met “wat doe ik hier, wat doe ik hier”. Het duurde een maand. Ik moest alles zelf betalen. Ik redde het niet financieel. Ik had de vakantie ervoor wel gewerkt maar nog lang niet genoeg verdiend.Ik zat daar op school en het was de druppel. Ik deed al mijn leven lang dingen die ik niet wilde. Eerst was ik verantwoordelijk voor mijn zus. Later voor mijn pa. Ik dacht: wie ben ik eigenlijk? Al die jaren heb ik mezelf aan de kant gezet. De ouderrol overgenomen. Eindelijk moest ik voor mezelf kiezen en ik wist niet meer wat ik wilde. Toen ben ik ingestort. Wie ben ik eigenlijk? Wie ben ik al die tijd geweest?

Toen droomde ik van mijn moeder. We waren op de verjaardag van mijn oma. Ik omhelsde haar. Alles was goed. Alle zorgen die ik had, waren verdwenen. Ik werd jankend wakker. Echt hard huilend. Die dag ben ik niet naar school geweest. Ik wou er echt een eind aan maken. Ik wilde stoppen met de opleiding. Ik ben naar het station gegaan en ik heb nog overwogen om ervoor te springen. Ik kon het niet. Ik heb mijn beste vriend gebeld maar die zat al in Deventer. Hij kon niet komen. Toen ben ik door het dorp gelopen. Nadenken, nadenken. Andere vriend gebeld, die kon wel komen. Toen hebben we goed gepraat. Ik ben naar mijn oma gegaan. Ik omhelsde haar op dezelfde plek als ’s nachts mijn moeder in mijn droom. Toen kwam weer alles eruit. Mijn tante was er ook. Ze zit in het maatschappelijk werk. We hebben toen gepraat. Dit was voor mij de ommekeer. Toen realiseerde ik mij wat het mij allemaal had aangedaan. Hoe erg ik kapot was van binnen. Mijn tante zag het wel. Ze heeft het toen ook gezegd. Ze had het al die tijd gezien. Ik werd steeds harder aan de buitenkant. Ik was kei- en keihard. Niemand kon me wat maken. Brutaal, grote mond. Ik dacht juist dat ik sterk was omdat ik toch alles zelf deed.

Ik had mijn vader al afgeschreven. Ik zei tegen hem: ik heb geen moeder meer, vanaf vandaag heb ik ook geen vader meer. Anders ga ik zelf kapot. Ik kan het niet meer opbrengen om me verantwoordelijk te voelen. Ik moet nu gewoon voor mezelf kiezen. Je had er toen gewoon voor ons moeten zijn. Hij gaf me gelijk. Maar hij lag half dood onder aan de trap te schreeuwen dat hij dood ging en dat ik voor mijn zus moest zorgen. Maar die nacht heb ik met hem gepraat. Alles van die tien jaar ervoor is eruit gekomen. Hij werd toen heel ziek. Hij kon zijn bed niet meer uit. Het was echt op het randje, ik moest aan de deur luisteren of hij nog leefde. Deze situatie heeft bijna een maand geduurd maar aan het eind van de maand was hij van de alcohol af.

Toen overleed de zus van mijn opa. Mijn vader kwam stomdronken op de begrafenis. Hij had ons bijna dood gereden met de auto. Ik zat naast hem. Hij was knetterdronken. Zakt hij ineens in elkaar voor het stuur. We zaten bijna op een andere auto. Ik kon nog net het stuur rechttrekken. Hij probeerde weer om te stoppen. Toen zijn moeder dood ging was het voor mij een punt, houdt hij het vol of niet. En hij heeft het volgehouden. Door veel te praten met familie. Ik weet niet hoe hij het heeft volgehouden. Ik ging er eigenlijk al vanuit dat hij toen mijn oma was overleden hij de drank weer zou opzoeken. Iedereen in de familie eigenlijk.

Maar mijn vader doet nu goed zijn best. Als ik thuis kom, hoef ik mijn tas maar neer te leggen en hij gaat wassen. Eten wordt gemaakt. Hij woont alleen. Hij bidt ook. God vergeef mij wat ik kapot heb gemaakt. Geef mij de kracht om alles goed te maken. Dan ben ik trots op hem.

Ik had gewoon kind willen zijn. Maar ik had vrienden die allemaal problemen hadden. Buitenshuis zochten we de liefde bij elkaar. Maar binnenshuis hadden we allemaal een andere rol. Dat is wel jammer. Ik had thuis graag kind willen zijn; verzorgd willen worden. Het is moeilijk om uit de rol te stappen die je hebt als je 13, 14 jaar bent. Je bent zo gewend aan die rol. Toen mijn vader gestopt was met drinken bijvoorbeeld, was hij opeens 24 uur per dag in huis. Voorheen had ik het huis voor mijzelf. Muziek hard, televisieprogramma’s die ik wil zien, noem maar op. Maar nu was er iemand in huis om rekening mee te houden. Normaal liepen we elkaar mis. Ik werd chagrijnig. Het ging me slecht af. Toen ging ik veel naar buiten. Een half jaar later ging ik op mezelf wonen.

Nu ben ik me wel bewust van mijn eigen zwakte. Ik weet wanneer ik moet stoppen. Ik ben er bewust mee bezig. Ik weet op het terras, het is dinsdagmiddag, het blijft niet bij één biertje en dan is het dinsdagavond en dan ben ik lam. De omgeving reageert goed. De jongen met wie ik woon, drinkt zelf heel weinig. Het is goed dat ik met hem woon. Als ik doordeweeks

’s avonds een biertje neem, dan pest ie al: alcoholist! Hij weet van mijn achtergrond maar hij zegt het alleen om me een beetje te jennen en me scherp te houden. Ik weet ook wel dat ik geen alcoholist ben.

Ik heb geleerd wat een verslaving kapot kan maken. Hoe het leven kan veranderen. In negatieve zin. Het klinkt misschien raar maar ik weet niet wat voor jongen ik geweest zou zijn als mijn vader geen alcoholist was geworden. De vriendschappen die ik in die tijd heb gekregen, die heb ik nog steeds, juist omdat het thuis zo slecht ging. Zij zijn op de eerste plaats gekomen. Ik wil hen niet missen.

De toekomst

Nu kan ik gewoon genieten. Van kleine dingen. Omdat ik mijn dieptepunten heb gehad. Over tien jaar woon ik nog steeds in deze omgeving. Ik hoop dat ik een lieve vrouw krijg, die lekker kan koken. Ik wil wel graag kinderen, een zoon en een dochter (haha). Ik hoop dat ik leraar ben en dat ik lol heb ik mijn werk. Ik hoop dat ik anders kijk naar kinderen als mijn leraren vroeger. Ik vind dat leraren verder moeten kijken dan hun neus lang is. Bij een brutale mond denken ze niet gauw dat er thuis iets aan de hand zou kunnen zijn. Ze hebben gauw een oordeel klaar.

Mijn zus heeft een kindje en mijn vader is dus opa geworden. Die oparol heeft hem extra motivatie gegeven om te blijven leven. Laatst had mijn vader mijn zus en mijn neefje opgehaald om even koffie te drinken bij mijn tante. Heel apart. Leuk dat die dingen gebeuren. Het initiatief komt dan van mijn vader. Ik ben heel blij daarmee. Het fijne is dat ik nu eindelijk Sammy kan zijn. Ik hoef niet meer naar mijn zus te kijken. Ik hoef niet meer naar mijn vader te kijken. Ik hoef alleen nog maar naar mezelf te kijken.

Dit verhaal komt uit de volgende publicatie:

Engelbertink, M.M.J., den Ouden F.J. & Engelbertink I.M.C. (2004). Het blijven toch je ouders, ervaringsverhalen van kinderen van verslaafde ouders. Amsterdam: Pearson Assessment and Information.